Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/260

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zelven beving eenig medelijden, en terstond beval hij den zoon van genen uit de veroordeelden te redden en genen zelven uit de voorstad te halen en tot hem te brengen.

15. Den zoon evenwel vonden de uitgezondenen niet meer in leven, doch hij was het eerst neergehouwen, doch Psammenitus zelven haalden zij en brachten hem tot Cambyses: daar leefde hij verder zonder eenig leed te lijden. En indien hij het ook verstaan had zich rustig te houden, zou hij ook Egypte gekregen hebben om er landvoogd over te zijn, daar de Perzen gewoon zijn de zoons der koningen te eeren, en ook als dezen tegen hen opgestaan zijn, geven zij toch het bestuur aan hun zoons. Uit vele andere gevallen nu kan men bewijzen, dat zij dit zoo plegen te doen, en daaronder ook uit dat van Thannyras, den zoon van Inarus, die het bestuur kreeg, dat zijn vader had gehad, en ook uit dat van Pausiris, den zoon van Amyrtaeus, want ook deze kreeg het bestuur van zijn vader: en toch had niemand den Perzen meer kwaad aangedaan dan Inarus en Amyrtaeus[1]. Doch nu brouwde Psammenitus kwaad en ontving zijn loon. Want hij wilde de Egyptenaars tot opstand brengen en werd betrapt; en toen werd hij overtuigd door Cambyses, en dronk stierenbloed en stierf terstond. Zoo dan kwam deze aan zijn einde.

16. Cambyses ging van Memphis naar de stad Saïs, in den zin hebbende te doen, wat hij dan ook deed. Want toen hij in het huis van Amasis was gekomen, beval hij terstond het lijk van Amasis uit het graf naar buiten te halen. En toen dit op zijn bevel geschied was, beval hij het lijk te geeselen en de haren uit te trekken en het met prikkels te slaan en op alle andere wijzen te schenden.

  1. Inarus en Amyrtaeus waren betrokken in een opstand tegen de Perzen van 460-455 v. Chr.