Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/261

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

En toen zij zich ook daarin afgemat hadden (want daar het lijk gebalsemd was, bood het weerstand en ging gansch niet in stukken) beval Cambyses het te verbranden, bevelende, wat niet vroom was: want de Perzen achten het vuur een god. Het verbranden van lijken is dus voor geen van beiden in de zede; voor de Perzen om wat reeds gezegd is, daar zij zeggen dat het niet goed is aan een god het lijk van een mensch toe te deelen, en bij de Egyptenaars wordt het vuur beschouwd als een levend dier, dat alles opvreet wat het ook aangrijpt, en van voedsel vol met het gevretene mede sterft. En nu is het bij hen geenszins zede een lijk aan de dieren te geven, en daarom balsemen zij het, opdat het niet neerliggend door de wormen verteerd worde. Zoo dan beval Cambyses te doen, wat voor geen van beide volken in de zede was. Naar echter de Egyptenaars beweren, was het Amasis niet, die dat leed, doch een ander van de Egyptenaars, van den zelfden leeftijd als Amasis, en dezen schendende meenden de Perzen Amasis te schenden. Want zij zeggen, dat Amasis, uit een orakelspreuk leerende, wat na zijn dood met hem gebeuren zou, zóó dan, om het naderende onheil te voorkomen, dien mensch nu, die door de Perzen gegeeseld werd, na diens dood bij de deur in zijn eigen graf begroef, en aan zijn zoon beval, hem zelven zooveel mogelijk in den binnensten hoek van het graf neer te leggen. Doch die bevelen van Amasis over zijn begraving en over dien mensch, schijnen mij geenszins werkelijk geschied te zijn, doch de Egyptenaars verzinnen dat uit pralerij zonder grond.

17. Daarna overwoog Cambyses drie veldtochten, tegen de Carthagers, tegen de Ammoniërs, en tegen de langlevende Ethiopiërs, die in Libye bij de zuidelijke zee wonen. En na overweging besloot hij tegen de Carthagers zijn zee-