toen de Ichthyophagen de waarheid hadden gezegd over het purper en de verwing, zeide hij, dat bedrieglijk de menschen waren, en bedrieglijk ook hun gewaden. Vervolgens vroeg hij over den gouden keten, het halssieraad, en over de armbanden; en toen de Ichthyophagen hem hun kunstige vervaardiging verklaard hadden, lachtte de koning, en van meening dat het boeien waren, zeide hij, dat zijzelven boeien hadden sterker dan deze. In de derde plaats vroeg hij over de zalf; en toen zij verhaald hadden van de bereiding en de zalving, zeide hij hetzelfde woord als over het gewaad. Doch toen hij aan den wijn was gekomen en zijn bereiding had gehoord, verheugde hij zich zeer over den drank en vroeg, wat de koning at, en hoeveel tijd een Pers op het langst leefde. Zij zeiden, dat hij brood at, en verklaarden de groeiing van het graan, en dat tachtig jaar levens als verste doelwit den mensch gegund was. Daarop zeide de Ethiopiër zich geenszins te verbazen, indien zij mest etende, weinige jaren leefden; want zij zouden niet eenmaal zoolang kunnen leven, indien zij zich niet ververschten door den drank, en hij wees de Ichthyophagen op den wijn: want daarin waren zij zelven minder dan de Perzen.
23. Toen de Ichthyophagen van hun kant den koning over den duur en zijn wijze van leven vroegen, zeide hij, dat de meesten van hen tot honderd en twintig jaren kwamen, en sommigen dit nog overtroffen, en dat hun spijs gekookt vleesch was en hun drank melk. De verspieders toonden groote verbazing over de jaren, en toen bracht gene hen, naar de verspieders verhaalden, bij een bron, met het water van welke zij zich wieschen en glanzend werden, alsof de bron er een van olie was, en een geur stroomde er van als van viooltjes. En het water van die bron was