zoo teer, naar de verspieders dan verhaalden, dat niets er op kon drijven, noch hout, noch wat lichter is dan hout, maar alles zakt naar de diepte. En indien dat water inderdaad zoo bij hen is, als gezegd wordt, daardoor dan, dat water steeds gebruikende, zouden zij langlevend zijn. En toen zij van de bron kwamen, bracht hij hen naar een gevangenis van mannen, waarin allen in gouden boeien geboeid waren. Bij deze Ethiopiërs is van alles het koper het zeldzaamst en het meest geëerd. En toen zij de gevangenis gezien hadden, zagen zij ook de dusgeheeten zonnetafel.
24. En daarna zagen zij ten slotte ook hun graven, die gezegd worden uit glas[1] op de volgende wijze bereid te worden. Wanneer zij het lijk uitgedroogd hebben, hetzij dan evenals de Egyptenaars, hetzij op een andere wijze, bestrijken zij het geheel met gyps en versieren het met beschildering, waarbij zij de gestalte zooveel mogelijk nabootsen; daarna omgeven zij het met een holle zuil, uit glas gemaakt (deze stof wordt in menigte bij hen opgegraven en is goed te bewerken), en, midden in de zuil zijnde schijnt het lijk door, zonder eenige ónaangename geur te geven, noch iets anders leelijks; en alles toont het even duidelijk, als het lijk zelf. Een jaar lang nu houden de naaste verwanten de zuil in hun huis, en deelen haar van alles mede[2] en brengen offers aan haar; daarna brengen zij ze weg, en plaatsen ze bij de stad.
25. De verspieders, na alles gezien te hebben, keerden terug. En toen zij dat hadden overgebracht, ontstak