Cambyses in toorn en trok terstond op tegen de Ethiopiërs, zonder eenigen inslag van levensmiddelen te bevelen, zonder zichzelf te zeggen, dat hij naar het uiterste der aarde zou trekken; doch als ware hij razend en niet bij zinnen, toen hij de Ichthyophagen gehoord had, trok hij op, de Hellenen van zijn leger bevelende daar te blijven, doch al zijn landmacht medevoerende. Toen hij op zijn tocht in Thebae was gekomen, zonderde hij ongeveer vijftienduizenden van zijn leger af, en aan dezen beval hij de Ammoniërs slaaf te maken en het orakel van Zeus te verbranden, en zelf ging hij met het overige leger verder tegen de Ethiopiërs. Doch voor het heer het vijfde deel van den weg had afgelegd, was reeds alles, wat zij van spijs bij zich hadden, opgeraakt, en na de spijs raakten ook de lastdieren, die gegeten werden, ten einde. Indien nu Cambyses, dit ziende zich bezonnen had en zijn leger teruggevoerd, dan ware hij, ook na zijn eersten misslag, nog een verstandig man geweest; doch nu lette hij er gansch niet op en ging altijd verder. En de soldaten, zoolang zij iets uit de aarde konden krijgen, leefden van kruiden, doch toen zij in de woestijn waren gekomen, deden sommigen van hen een gruwlijke daad. Want door het lot kozen zij één van hen uit ieder tiental en aten hem op. Cambyses vernam dit, en uit vrees voor de onderlinge slachting, liet hij den tocht tegen de de Ethiopiërs varen, keerde terug, en kwam in Thebae, velen van zijn leger verloren hebbend. Van Thebae daalde hij af naar Memphis, waar hij de Hellenen naar huis liet varen.
26. De tocht tegen de Ethiopiërs dan had zulk een een afloop; doch die van hen, die uitgezonden waren om tegen de Ammoniërs te trekken, braken op uit Thebae en gingen met gidsen, en kwamen, dat weet men, in de