Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/270

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

tuigd worden, tot zoolang; dezen geven recht aan de Perzen en zijn uitleggers van de overgeleverde gebruiken, en alles wordt voor hen gebracht. Toen nu Cambyses dat vroeg, antwoordden zij hem naar billijkheid en veiligheid, zeggende dat zij geen wet vonden, die een broeder veroorloofde zijn zuster te huwen, doch dat zij een andere wet hadden gevonden: den koning der Perzen stond het vrij te doen wat hij wilde. Zoo dan hieven zij niet uit vrees voor Cambyses de wet op, en opdat zij zelven niet door handhaving van de wet zouden omkomen, vonden zij een andere wet tot zijn steun, als hij zijn zuster huwen wilde. Toen dan trouwde Cambyses, die hij beminde, doch niet veel tijd later nam hij een andere zuster. De jongste van dezen dan, die hem naar Egypte gevolgd was, die doodde hij.

32. Omtrent haar dood, wordt evenals over Smerdis, een dubbel verhaal verteld. De Hellenen zeggen, dat Cambyses een leeuwenwelp met een jongen hond liet vechten en ook die vrouw dat aanzag, en dat, toen de hond overwonnen werd, zijn broeder, een anderejongehond, zijn keten verbrak en genen te hulp kwam: en met hun beiden zoo dan bedwongen de honden den welp. En Cambyses zag het en verheugde zich, doch zij, naast hem gezeten, weende. Cambyses bemerkte dat, en vroeg haar, waarom zij weende, en zij antwoordde, dat zij, den hond zijn broeder ziende wreken, geweend had, in gedachte aan Smerdis en wetende, dat gene door niemand gewroken was. De Hellenen nu zeggen, dat om dit woord Cambyses haar gedood heeft, doch volgens de Egyptenaars zou de vrouw, toen men aan tafel was, een latuw genomen, dien de bladeren afgeplukt en toen haar man gevraagd hebben, of de kale dan wel de volle latuw schooner was; hij antwoordde: „de volle" en zij zeide: „en toch hebt gij