Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/272

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

schijnt gij niet aan uw vader gelijk te wezen, want nog hebt gij geen zoon, zulk eenen als hij in u naliet." Cambyses verheugde zich dit hoorende, en prees het antwoord van Cresus.

35. Daaraan nu dacht hij, en hij zeide in toorn tot Prexaspes: „gij dan, leer of de Perzen waarheid spreken, of dat zij ook zelf zoo sprekende niet bij zinnen zijn. Want als ik uw zoon, die daar in den voorhof staat, midden in het hart tref, dan zeggen de Perzen blijkbaar niets; mis ik hem echter, zeg dan, dat de Perzen waarheid spreken en ik niet bij verstand ben." Dit zeide hij en zijn boog spannend trof hij den knaap, en toen de knaap viel, beval hij hem open te snijden en de wond te onderzoeken, en toen de pijl in het hart werd gevonden, sprak hij tot den vader van den knaap, met gelach en vol vreugde: „Prexaspes, dat ik niet raas en de Perzen van zinnen zijn, is u gebleken; zeg mij nu, wien van alle menschen zaagt ge wel zoo goed het doel treffen met de pijl?" En Prexaspes, een man voor zich ziende niet bij zinnen, vreesde voor zich zelf en antwoordde: „heer, zelfs de god, meen ik, zou zoo schoon niet treffen." Dat dan volbracht hij toen, doch een andermaal liet hij twaalf Perzen, met de eersten gelijk, om geen reden van eenig belang grijpen en levend begraven, het hoofd naar onder.

36. Toen hij deze dingen deed, achtte Cresus de Lydiër het goed hem te raden met de volgende woorden: „ o koning, geef niet in alles aan uw jeugd en uw toorn toe, doch houd u in en beheersch u zelf: schoon is de bedachtzaamheid, en verstandig de voorzorg. Gij nu doodt uw eigen burgers, om geen enkele reden van eenig belang ze grijpend; gij doodt ook hun zoons. Als gij vele zulke dingen doet, zie toe, dat de Perzen niet van u afvallen. Mij heeft uw vader Cyrus opge-