dragen, met vele woorden bevelende u te raden en aan te duiden, wat ik goed mocht bevinden." Hij nu toonde zijn genegenheid, daar hij dit aanraadde, doch gene antwoordde aldus: „gij ook durft mij raad geven, die zoo goed voor uw eigen land gezorgd hebt, zoo schoon ook mijn vader geraden, hem aansporend de rivier de Araxes over te trekken en tegen de Massageten te gaan, terwijl zij naar ons land wilden overtrekken; en uw eigen vaderland hebt ge als een slecht heerscher verdorven, verdorven ook hebt gij Cyrus, die u volgde. Doch niet tot uw welzijn, daar ik toch reeds lang een voorwendsel tegen u vinden wilde." Dit zeggende nam hij zijn boog om genen neer te schieten, doch Cresus vluchtte weg en liep naar buiten; en de ander, toen hij hem niet raken kon, beval zijn dienaren hem te grijpen en te dooden. Doch de dienaren, zijn aard kennende, verborgen Cresus om deze overweging, dat, als Cambyses berouw kreeg en naar Cresus zocht, zij hem voor den dag zouden halen en geschenken zouden ontvangen als reddingsprijs voor Cresus; doch indien hij geen berouw had, noch genen miste, dan zouden zij hem ombrengen. En Cambyses nu miste Cresus niet langen tijd daarna, en de dienaren bemerkten dit, en berichtten hem, dat Cresus in leven was. En Cambyses zeide zich te verheugen, dat Cresus nog leefde; genen echter, die hem redden, die zouden dat niet om niet gedaan hebben, doch dooden zou hij hen. En hij deed dat.
37. Met vele zulke dingen dan raasde hij tegen de Perzen en hunbondgenooten, en in Memphis blijvende brak hij ook oude graven open en bezag de lijken. Zoo dan ging hij ook naar den tempel van Hephaestus en dreef veel spot met het godenbeeld. Want het beeld van Hephaestus gelijkt zeer