over de Perzen vloekte, als zij de heerschappij niet weder trachtten te verwerven; wat wij toen niet aannamen, daar wij meenden dat Cambyses tot belastering zoo sprak. Nu dus geef ik mijn stem om Darius te volgen en niet uit deze samenkomst te scheiden om ergens anders heen te gaan, dan terstond tot den Magiër." Dit zeide Gobryas en allen prezen hem daarin.
74. Terwijl zij dit beraadslaagden, gebeurde door toeval het volgende. De Magiërs hadden beraadslaagd en besloten Prexaspes als vriend aan zich te verbinden, daar hij van Cambyses smadelijke dingen ondervonden had, die hem zijn zoon met den boog had doodgeschoten, en omdat hij alleen den dood van Smerdis. Cyrus' zoon, wist, met eigen hand hem doodend, en bovendien Prexaspes in het grootste aanzien bij de Perzen was. Daarom dan riepen zij hem en maakten hem vriend, met trouw en eeden hem bindend, dat hij hun bedrog van de Perzen bij zich zou houden en aan niemand mededeelen, en zij beloofden hem alle ontelbare dingen te zullen geven. Toen Prexaspes beloofd had dat te zullen doen, en de Magiërs hem eerst daartoe overreed hadden, droegen zij hem daarna op, (zelf bewerende alle Perzen bijeen te zullen roepen voor de koningsburcht) dat hij, bevalen zij, op een toren geklommen zeggen zou, dat genen door Smerdis. Cyrus' zoon, beheerscht werden en door geen ander. Dit droegen zij hem zoo op, daar hij het meeste vertrouwen had bij de Perzen, en dikwijls had verklaard, dat Smerdis. Cyrus' zoon, leefde, en zijn vermoording ontkend had.
75. Toen Prexaspes zeide bereid te zijn ook dat te doen, riepen de Magiërs de Perzen bijeen en plaatsten genen op een toren, en bevalen hem te spreken. Hij nu, wat zij hem hadden verzocht, dat vergat hij opzettelijk, doch bij Achaemenes beginnende haalde hij het geslacht