Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/30

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

eindigt, deze verdient bij mij, o koning, dien naam te dragen. Nagaan moet men van elk ding het einde, hoe het af zal loopen; want aan velen toch het geluk even toonend, heeft de god ze tot in den grond vernietigd."

33. Dit zeggende was hij aan Cresus gansch niet aangenaam, en deze telde hem in 't geheel niet, en zond hem weg, hem voor zeer dom houdende, die het voorhandene goed voorbijzag en het eind van ieder ding aanried na te gaan.

34. Na Solon's vertrek greep een groote wraak uit den God Cresus aan, naar vermoeden is, omdat hij zich zelven van alle menschen den gelukkigste achtte. Al spoedig kwam in den slaap een droom tot hem, die hem de waarheid openbaarde over de rampen die hem treffen zouden in zijn zoon. Cresus nu had twee zonen, van welke de een ondeugdelijk was, want hij was doofstom; de andere daarentegen van zijn tijdgenooten verreweg in alles de eerste; zijn naam was Atys. Dezen Atys nu duidde de droom Cresus aan, dat hij hem verliezen zou, gewond door een ijzeren lanspunt. Hij nu, toen hij ontwaakt was en bij zichzelf overwogen had, vreesde den droom en gaf zijn zoon een vrouw, en tevens zond hij hem, terwijl hij gewoon was de Lydiërs in het veld aan te voeren, niet langer uit op zulk een bezigheid, en werpspeeren en lansen en al dergelijke dingen, welke de menschen in den oorlog gebruiken, liet hij uit de mannenvertrekken wegdragen en in zijn eigen kamers bijeenbrengen, opdat niet iets, dat opgehangen was, op zijn zoon neer zou vallen.

35. Terwijl hij bezig was met het huwlijk van zijn zoon, kwam een man te Sardes, door onheil getroffen en niet onbezoedeld van handen, een Phrygiër van geboorte en van koninklijk geslacht. Deze naar het paleis van