Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/301

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

doet, doet het met weten, doch dezen hebben zelfs het weten niet; want hoe zou hij weten, die nooit iets schoons leerde, noch zag door zijn eigen geest, en zonder verstand zich met geweld op de staatszaken werpt, gelijk aan een winterstroom? Een volksregeering derhalve, laten zij die hebben, die den Perzen slecht gezind zijn; ons echter, laat ons een vergadering van de voortreflijkste mannen uitkiezen en aan dezen het gezag opdragen; want onder dezen zullen ook wij zelven zijn, en van de voortreflijkste mannen is het natuurlijk, dat de beste besluiten komen."

82. Megabyzus nu bracht deze meening bij; in de derde plaats echter openbaarde Darius zijn meening, zeggende: „mij nu schijnt Megabyzus, wat hij over de menigte zeide, goed gezegd te hebben, wat echter over de regeering van weinigen, niet goed. Want als drie regeeringswijzen vóór ons liggen, aangenomen dat zij allen op hun best zijn, het volk op zijn best en de weinigen en de alleenheerscher, dan is deze laatste verreweg de beste, beweer ik. Want niets kan gevonden worden beter, dan de voortreflijkste alleenheerscher. Want met de beste gezindheid begiftigd, zal hij onberispelijk over de menigte heerschen en de plannen tegen vijandige mannen zullen zóó het best geheim blijven. Bij de regeering van weinigen komen al spoedig heftige bijzondere vijandschappen onder de velen, die hun deugd willen toonen voor het algemeene wel; want daar ieder zelf de eerste wil zijn en met zijn plannen overwinnen, geraken zij tot groote vijandigheden onderling, waaruit oproeren ontstaan, en uit die oproeren doodslag, en uit den doodslag komt men tot de alleenheerschappij, en dan wordt duidelijk, hoezeer deze de beste is. Als het volk heerscht, kan het niet anders of kwaad wordt geboren. Is het kwade in