Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/305

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

laten doortrekken; want tegen den wil der Arabieren zouden de Perzen nooit in Egypte gevallen zijn. Darius huwde de voornaamste vrouwen onder de Perzen, vooreerst twee dochters van Cyrus. Atossa en Artystone, van welke Atossa vroeger gehuwd was met haar broeder Cambyses en later met den Magiër, doch de andere. Artystone, maagd. Dan huwde hij ook de dochter van Smerdis. Cyrus' zoon, wier naam Parmys was, en hij kreeg ook de dochter van Otanes, die den Magiër verraden had; en alles was vol van zijn macht. Eerst nu liet hij een steenen beeld maken; daarop was als figuur een ruiter, en hij schreef er woorden bij, die het volgende zeiden: „Darius, zoon van Hystaspes, heeft door en hij noemde den de voortreflijkheid van zijn paard" naam „ en van Oebares, zijn stalmeester, de heerschappij over de Perzen verworven."[1]

89. Hierna stelde hij twintig landschappen in Perzië in, die zij zelf satrapiën noemen; hij stelde die in en benoemde bestuurders, en regelde de schattingen, die hem door ieder volk opgebracht moesten worden, en hij voegde bij die volkeren ook de nabijwonenden; ook scheidde hij naburen en voegde verafgelegenen ieder bij een ander volk. De landschappen en de jaarlijksche opbrengst der belastingen regelde hij op de volgende wijze. Hun, die zilver opbrachten, werd gezegd het talent volgens het babylonische gewicht op te brengen; hun die goud opbrachten, volgens het eubeesche gewicht.[2] Het

  1. Er zijn reliefbeelden gevonden, doch het hier beschrevene is niet ontdekt, en het is niet waarschijnlijk, dat Darius zich ooit in het openbaar zoo uitgelaten heeft.
  2. Het babylonische talent was oorspronkelijk vierde derde maal zoo groot als het eubeesche, dat ook in Athene gebruikt werd, zoodat eerst zestig babylonische minen met tachtig eubeesche over-