Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/307

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Syrië, daarbij beginnend tot Egypte, behalve een streek van de Arabieren, die belastingvrij was, was de schatting driehonderd en vijftig talenten; in dit gewest ligt gansch Phenicië en het dusgeheeten palaestinische Syrië en Cyprus ; dit was het vijfde gewest. Van Egypte en de aan Egypte grenzende Libyers en Cyrene en Barce (want deze waren bij het Egyptische gewest gevoegd) kwamen zevenhonderd talenten in, behalve nog het geld, dat door het meer Moeris werd opgebracht, en van de vischvangst kwam ; buiten dat geld dan en buiten de daarbij nog geleverde spijs, kwamen zevenhonderd talenten in ; want zij meten aan de Perzen, die in de Witte Burcht te Memphis liggen, en aan hun hulptroepen twaalf tienduizenden schepels graan af; dit was het zesde gewest. De Sattagydiërs en de Gandariërs en de Dadiciërs en de Aparytiërs, tot één geheel gebracht, leverden honderd en zeventig talenten. Dit was het zevende gewest. Van Susa en het overige land der Cissiërs driehonderd; dit was het achtste gewest.

92. Van Babylon en van het overige Assyrië kwamen duizend talenten zilvers en vijfhonderd gesneden knapen; dit was het negende gewest. Van Agbatana en het overige Medië en de Paricaniërs en de Orthocorybantiërs vierhonderd en vijftig talenten ; dit was het tiende gewest. De Caspiërs en de Pausicers en de Pantimathen en de Dariters droegen hun schatting bijeen en brachten tweehonderd talenten op ; dit was het elfde gewest. Van de Bactrianers tot aan de Aeglers was de schatting drie- honderd en zestig talenten; dit was het twaalfde gewest.

93. Van Pactyïca en de Armeniërs en de naburige volkeren tot de zee Euxinus vierhonderd talenten ; dit was het dertiende gewest. Van de Sagartiërs en de Sarangers en de Thamanaeërs en de Utiërs en de Myciërs en de bewoners der eilanden in de Roode Zee, waarheen