Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/309

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den vaten gieten, en als de pot vol is, neemt hij het aardewerk weg; indien hij geld noodig heeft, slaat hij zooveel af, als hij telkens noodig heeft.

97. Deze nu waren de landschappen en de opgelegde schattingen. Het Perzische land alleen is door mij niet genoemd als schatplichtig, want de Perzen bewonen hun land belastingvrij. Ook de volgende volken behoefden geen enkele schatting op te brengen, doch gaven geschenken. De Ethiopiërs, buren van de Egyptenaars, die Cambyses op zijn tocht tegen de langlevende Ethiopiërs onderworpen had, en die bij de heilige Nysa[1] wonen en voor Dionysus de feesten vieren, deze Ethiopiërs en hun naburen hebben hetzelfde zaad als ook de Callantische Indiërs, en wonen in huizen onder de aarde[2], deze beiden brachten alle drie jaar een geschenk, en brachten nog tot in mijn tijd twee choenicen ongelouterd goud op, en tweehonderd stammen ebbenhout en vijf Ethiopische knapen en twintig groote olifantstanden. De Colchiërs moesten ten geschenke opbrengen met hun naburen tot aan het Caucasische gebergte (want tot dat gebergte gaat de heerschappij der Perzen, doch aan de noordewindzijde van den Caucasus worden de Perzen niet geteld), dezen dan brachten de geschenken, die hun opgelegd waren, nog in mijn tijd iedere vijf jaar op: honderd knapen en honderd maagden. De Arabieren schonken ieder jaar duizend talenten wierook. Deze geschenken zonden zij nog aan den koning behalve de schatting.

98. Dat goud, die groote menigte, waarvan de Indiërs het genoemde goudstof aan den koning brengen, verwerven zij op de volgende wijze. Alle land van Indië, dat

  1. II. 146. Deze plaats schijnt bedorven te zijn.
  2. Deze opmerking is door een ander ingevoegd.