Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/31

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

Cresus gekomen, verzocht volgens de zeden des lands reiniging te verkrijgen, en Cresus reinigde hem. De reiniging nu is bij de Lydiërs en de Hellenen nagenoeg dezelfde. Toen Cresus het gebruikelijke gedaan had, vroeg hij, van waar en wie hij was, zeggende dit: "О mensch, wie zijt gij, en van waar uit Phrygië komt gij, die als smeekeling aan mijn haard zijt gekomen, en wien van mannen of vrouwen hebt ge gedood?" En gene antwoordde: "O koning, van Gordias, zoon van Midas, ben ik de zoon, ik heet Adrastus, en onwillig mijn broeder gedood hebbend ben ik hier, verjaagd door mijn vader en van alles beroofd." Cresus antwoordde hem met deze woorden: "Van bevriende mannen en tot vrienden ook zijt ge gekomen, waar het u aan geen enkel ding zal ontbreken, als ge blijft in mijn paleis. Draag dit onheil zoo licht mogelijk en ge zult het meeste voordeel hebben." Zoo dan hield hij zijn verblijf bij Cresus.

36. In dienzelfden tijd verschijnt op den mysischen Olympus een groot gevaarte van een zwijn; dit dier van dien berg afstormende verwoestte de velden der Mysiërs en de Mysiërs dikwijls er tegen uitgetrokken konden het geen kwaad doen, doch leden kwaad van het dier. Eindelijk kwamen boden van de Mysiërs tot Cresus en zeiden dit: "O koning, een geweldig gevaarte van een zwijn is in ons land verschenen, dat de velden verwoest. Wij trachtten met ijver, doch kunnen het niet vangen. Daarom dan smeeken wij u uwen zoon en uitgelezen jongelingen en honden met ons te zenden, opdat wij het uit het land jagen." Zij nu vroegen om deze dingen, Cresus evenwel, den droom gedachtig, sprak tot hen de volgende woorden: "denkt aan mijn zoon niet langer; niet toch zal ik hem met u zenden, jonggetrouwd toch is hij: en diè zaken gaan hem thans ter harte. Doch uitgelezenen der Lydiërs