draagt breede staarten en ongeveer een el in de breedte.
114. Bij den dalenden middag naar de ondergaande zon[1] strekt zich het Ethiopische land uit als het uiterste van de bewoonde landen ; dit brengt veel goud voort en geweldige olifanten en alle wilde boomen en ebbenhout en de grootste en schoonste en meest langlevende mannen.
115. Deze nu zijn de uiterste landen in Azië en in Libye. Over de uiterste landen in Europa naar den avond kan ik niet met zekerheid verhalen. Want ik neem niet aan, dat een rivier, door de barbaren Eridanus genoemd, in de zee naar den noordewind valt, van welke, naar men zegt, de barnsteen komt ; noch weet ik of de eilanden de Cassiteriden werkelijk bestaan, waaruit het tin tot ons komt. Want eensdeels wijst de naam Eridanus zelf aan, dat hij helleensch is en niet barbaarsch, doch door een dichter verzonnen ; anderdeels kan ik van geen enkelen ooggetuige vernemen, hoezeer ik moeite deed, dat er een zee is aan die zijde van Europa. Zeker echter komen de barnsteen en het tin van het uiterste deel van Europa.
116. In het naar den Beer gelegene deel van Europa wordt blijkbaar verreweg het meeste goud gevonden ; hoe het daar gewonnen wordt, ook dat kan ik niet met zekerheid zeggen, doch er wordt verhaald, dat de Arismaspen, éénoogige mannen, het van onder de grijpvogels wegrooven. Doch ik geloof ook dat niet, dat er éénoogige mannen zijn, die hun overige natuur gelijk aan de andere menschen hebben. De uiterste streken dus, die al het andere land omsluiten en in zich vatten, dezen blijken te hebben, wat ons het schoonste schijnt te wezen en het zeldzaamste.
- ↑ d. i. in het Zuidwesten.