Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/324

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

andere euveldaden, en zelfs een boodschapper van Darius, die tot hem kwam, dezen, daar de tijding hem niet aangenaam was, dezen doodde hij op den terugweg, door hem mannen langs den weg in hinderlaag te leggen; en na dien moord deed hij hem met zijn paard verdwijnen.

127. Toen nu Darius het bewind had, verlangde hij zich te wreken op Oroetas om al zijn misdrijven en vooral om Mitrobates en zijn zoon. Openlijk nu een leger tegen hem te zenden, docht hem niet goed, daar de zaken nog in beroering waren, en hij zelf sinds kort het rijk had, en hij vernam dat Oroetas een groote macht bezat; want duizend Perzen waren lijfwachters van hem, en hij had het phrygische en hetlydische en het ionische gewest. Daarom dan verzon Darius het volgende. Hij riep de aanzienlijkste Perzen bijeen en zeide: „o Perzen, wie van u wil mij dat op zich nemen en uitvoeren door list, en niet met geweld en met geraas? Want waar list noodig is, is geweld van geen nut. Wie van u dan zou mij Oroetas of levend hier kunnen brengen of dooden? Hem, die de Perzen niets hielp, doch veel kwaad uitrichtte. Eensdeels toch heeft hij twee van u vermoord. Mitrobates en diens zoon, anderdeels doodt hij hen, die hem opriepen en door mij gezonden waren, een ondraaglijken overmoed toonend. Vóór hij dus de Perzen méér kwaad heeft aangedaan, moet hij ons door den dood bedwongen worden."

128. Darius nu vroeg dit, en dertig mannen beloofden het hem, en wilden ieder zelf dat volbrengen. En Darius weerhield hen, die twisten gingen, en beval hen te looten. En zij lootten en van allen kreeg Bagaeus het, zoon van Artontes. En toen Bagaeus het verkregen had, deed hij het volgende. Hij schreef vele brieven en over velerlei zaken