en drukte daar den stempel van Darius op, en daarna ging hij met deze brieven naar Sardes. Daar gekomen en voor het aangezicht van Oroetas gegaan, nam hij de brieven één voor één uit het omhulsel en gaf ze aan den koninklijken schrijver om te lezen; alle satrapen hebben koninklijke schrijvers. Bagaeus gaf de brieven om de lansdragers te onderzoeken, of zij geneigd zouden zijn van Oroetas af te vallen. En ziende, dat zij de brieven grootelijks eerden en het in de brieven gezegde nog meer, gaf hij hem een anderen, waarin de volgende woorden waren: „O Perzen, koning Darius verbiedt u lansdragers van Oroetas te zijn." En zij, toen zij dat hoorden, strekten hun lansen voor hem. Bagaeus ziende, dat zij daarin den brief gehoorzaamden, toen vatte hij moed en gaf den schrijver den laatsten brief, waarin geschreven was: „Koning Darius beveelt de Perzen in Sardes. Oroetas te dooden." Toen de lansdragers dat hoorden, trokken zij hun zwaarden en doodden genen terstond. Zoo dan achterhaalde Oroetas den Pers de wraak voor Polycrates den Samiër.
129. Toen de slaven en de schatten van Oroetas naar Susa gebracht waren, geschiedde het niet veel tijd later, dat koning Darius op de wilde-dieren-jacht van zijn paard sprong, en den voet verzwikte. En zeker was de verzwikking wel zeer erg, want de enkelknokkel was uit het lid gegaan. Daar hij nu ook vroeger Egyptenaars bij zich placht te hebben, die voor de eersten in de geneeskunde golden, gebruikte hij dezen. Doch zij draaiden den voet met geweld in het lid en maakten de kwaal erger. Gedurende wel zeven dagen en zeven nachten kon Darius niet slapen door de kwaal aan zijn lichaam, doch op den achtsten dag, daar hij zeer zwak was, sprak iemand Darius van de kunst van Democedes den Crotoniaat, waarvan hij vroeger nog te Sardes had gehoord;