en Darius beval genen terstond tot hem te brengen. Toen zij hem gevonden hadden onder de slaven van Oroetas, geheel en al verwaarloosd, brachten zij hem voor den koning, zijn ketens slepend en in lompen gehuld.
130. En als hij voor Darius stond, vroeg deze hem of hij de kunst verstond; gene echter loochende dat, vreezende dat hij door zichzelf te openbaren. Hellas geheel verliezen zou. Doch aan Darius kwam hij voor te veinzen, hoewel hij de kunst verstond, en hij beval aan die hem gebracht hadden, zweepen en prikkels daar heen te brengen. Toen dan maakte hij zich bekend en zeide, dat hij de kunst niet volkomen verstond, doch door omgang met een geneesheer er een weinig van kende. Daarna, toen Darius hem de zaak toevertrouwde, paste Democedes helleensche middelen toe, en bracht een zachte behandeling na de ruwe aan en deed genen den slaap vinden en maakte hem in korten tijd geheel gezond, terwijl Darius geenszins verwacht had ooit weder recht van voet te zullen zijn. Darius begiftigde hem daarna met twee paar gouden ketenen; doch gene vroeg hem, of hij hem opzettelijk een dubbelen ramp gaf, daar hij hem gezond had gemaakt. En Darius, uit behagen in dat woord, zond hem tot zijn eigen vrouwen; en de gesnedenen leidden hem rond en zeiden tot de vrouwen, dat deze het was, die den koning het leven had wedergegeven. En een ieder van haar met een schaal in de kist van het goud scheppende, begiftigde Democedes met een zoo overvloedige gift, dat de slaaf achter hem, wiens naam Sciton was, de uit de schalen gevallenen staters bijeenraapte en een niet geringe som goud te samen bracht,
131. Deze Democedes was op de volgende wijze uit Croton gegaan en in het gezelschap van Polycrates gekomen. Hij leefde in Croton met zijn vader, een man