Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/330

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

allerlei goederen; en alles verzorgd hebbend zeilden zij naar Hellas; zij hielden zich aan de kuststreken en bezagen en schreven op, totdat zij, na het meeste en meest vermaarde er van gezien te hebben, ook te Italië in Tarentum kwamen. Hier liet Aristophilidas, de koning der Tarentijnen, uit welwillendheid voor Democedes, vooreerst de stuurriemen van de Medische schepen wegnemen, en dan ook nam hij de Perzen gevangen onder voorwendsel, dat zij spionnen waren. Terwijl zij dat ondergingen, ging Democedes naar Croton en toen hij reeds in zijn huis gekomen was, liet Aristophilididas de Perzen los, en gaf hun weder, wat hij van de schepen had weggenomen.

137. De Perzen van daar weggezeild, jaagden Democedes na en kwamen in Croton, en zij vonden hem op de markt en grepen hem aan. En van de Crotoniaten vreesden sommigen de perzische macht en wilden hem gaarne uitleveren, anderen echter grepen de Perzen aan en met hun staven sloegen zij hen, die deze woorden gaven: „mannen Crotoniaten, ziet wat gij doet. Gij ontrukt ons een man, een van den koning weggeloopenen. Hoe zal het koning Darius bevallen zóó beleedigd te worden? Hoe zal u uw daad bekomen, indien ge hem ons ontrukt? Tegen welke stad zullen wij eerder dan tegen deze optrekken? Welke zullen wij eerder trachten slaaf te maken?" Zoo sprekende overreedden zij de Crotoniaten niet, doch nadat Democedes hun ontrukt was en het vrachtschip, dat zij mede hadden gevoerd, ontnomen, voeren zij terug naar Azië, en beroofd van hun gids, zochten zij niet verder in Hellas te komen en te leeren. Zoo veel had Democedes hun nog bij hun vertrek

opgedragen: hij beval hen aan Darius te zeggen, dat Democedes met de dochter van Milo verloofd was om

haar te huwen. Want de naam van Milo, den worstelaar,