Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/331

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

was groot bij den koning. En mij schijnt Democedes, veel geld betaald en dat huwelijk daarom verhaast te hebben, opdat hij in Darius' oogen als een ook in zijn eigen land gezien man zou schijnen.

138. De Perzen uit Croton weggevaren geraakten met hun schepen in Iapygië, en daar in slavernij gekomen, werden zij door Gillus, een tarentijnschen balling bevrijd, en naar koning Darius gebracht. Deze was bereid ter vergelding daarvoor genen te geven, wat hij zelf wilde. Gillus koos, dat hij weder in Tarentum zou komen, en verhaalde geheel zijn ongeluk; en opdat hij Hellas niet in verwarring mocht brengen, indien om hem een groote tocht tegen Italië voer, zeide hij dat de Cnidiërs genoeg waren om hem terug te brengen, meenende, dat deze, vrienden van de Tarentijnen, het best zijn terugkomst zouden bewerken. Darius beloofde dat en volbracht het; want hij zond een bode naar Cnidus en beval hen Gillus naar Tarentum terug te voeren. En de Cnidiërs. Darius gehoorzamend, overreedden de Tarentijnen echter niet, en waren buiten macht geweld te gebruiken. Deze dingen dan geschiedden zoo. Deze nu waren de eerste Perzen, die van Azië in Hellas kwamen, en om zulk een zaak waren zij verspieders geweest.

139. Daarop veroverde koning Darius Samos, de eerste van alle steden, helleensche en barbaarsche, en om de volgende reden. Toen Cambyses, zoon van Cyrus, naar Egypte trok, waren vele andere Hellenen in Egypte gekomen, — sommigen, zooals begrijpelijk is, om huursoldaat te worden, sommige anderen ook om het land te zien, — en van deze was Syloson. Aeaces' zoon er een, de broeder van Polycrates en balling uit Samos. Dezen Syloson overkwam het volgende gelukkige toeval. Hij had een rooden mantel genomen en dien omgeworpen en liep zoo