verminken en tot genen over te loopen. Daarop telde hij dit niet en verminkte zichzelf met een onheelbare verminking. Want hij sneed zich de neus af en de ooren en hij schoor zich het haar rondom weg op smadelijke wijze en geeselde zich en ging tot Darius.
155. Doch Darius was zeer ontsteld, toen hij een hoog aanzienlijk man verminkt zag. En hij sprong van den zetel en riep luid en vroeg hem, wie hem verminkt had en om welke daad. Gene zeide: „niet leeft de man, buiten u, wien een zoo groote macht is, dat hij mij zóó zou behandelen; en geen vreemde dan ook heeft dat gedaan, o koning, doch ik zelf mij zelven, mij bedroevend, dat de Assyriërs de Perzen bespotten." De andere antwoordde: „o overmoedigste der mannen, aan de schandelijkste daad geeft gij den schoonsten naam, bewerende dat gij om de belegerden uzelf onheelbaar verminkt hebt. Hoe, o dwaas, zullen zich de vijanden om uw verminking spoediger overgeven? Hoe hebt ge niet in verdwazing van zinnen u zelven zoo bedorven?" Gene zeide: „ indien ik u had toevertrouwd, wat ik zou doen, ge zoudt het mij niet veroorloofd hebben; daarom heb ik uit eigen besluit zoo gedaan. Want nu, indien er bij u niets ontbreekt, zullen wij Babylon nemen. Want ik, zooals ik ben, zal ik naar de muur overloopen en tot hen zeggen, dat ik van u dit ondervonden heb. En ik meen, indien ik hen overtuig dat het zoo is, de leiding van een leger te zullen krijgen. Doch gij, na den dag, dat ik in de stad gekomen ben, den tienden dag daarna, plaats duizend mannen van dat deel uws legers, welks verlies u onverschillig is, plaats dezen bij de dusgeheeten poort van Semiramis; daarna, op den zevenden dag na dien tienden, breng tweeduizend anderen bij de dusgeheeten Ninische poorten; laat na dien zevenden twintig dagen