Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/343

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

VIERDE BОЕК.



MELΡΟΜΕΝE.


1. Na de inneming van Babylon geschiedde de tocht van Darius zelven tegen de Scythen. Want daar Azië bloeide van mannen en veel geld bijeenkwam, verlangde Darius zich op de Scythen te wreken, daar deze het eerst begonnen waren met beleedigen, toen zij in het land der Meden gevallen waren en de tegen hen optrekkenden in een slag overwonnen hadden. Want over Boven-Azië heerschten de Sythen, zooals ik ook vroeger gezegd heb[1], op twee na dertig jaren. Want de Cimmeriërs najagend vielen zij in Azië en ontnamen den Meden de heerschappij, want vóór de Scythen kwamen, heerschten dezen over Azië. En toen de Scythen acht en twintig jaar uit hun land waren geweest en na zooveel tijd er weder heen gingen, wachtte hun daar een niet geringer last, dan die zij van de Meden ondervonden hadden,[2] want zij zagen een niet gering leger tegen zich optrekken. Want de vrouwen der Scythen, toen hun mannen zoolang wegbleven, waren tot hun slaven gegaan.

2. De Scythen nu maken al hun slaven blind ter wille van de melk, die zij drinken, doende op de volgende wijze. Zij nemen blaaspijpen van been, geheel

  1. Zie I. 103-106.
  2. Zie I. 106.