Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/345

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

genen, verschrokken door wat geschiedde, vergaten te strijden en vluchtten. Zoo dan heerschten de Scythen zoowel over Azië, als kwamen zij, daaruit weder door de Meden verjaagd, op zulk een wijze in hun land terug. En daarover wilde Darius wraak nemen, en verzamelde hij een leger tegen hen.

5. Naar de Scythen beweren, is hun volk van allen het jongste, en dit op de volgende wijze ontstaan. Het eerst verscheen een man in dat land, dat geheel onbewoond was, die den naam Targitaüs had. De ouders van dien Targitaüs zijn, naar zij zeggen, — voor mij niet geloofwaardig sprekend, doch zij zeggen het dan —. Zeus en de dochter van den stroom Borysthenes. Zoo dan was de afkomst van Targitaüs, en van hem stamden drie zonen. Lipoxaïs en Arpoxaïs en de jongste Colaxaïs. In hun regeering kwamen uit den hemel gouden werktuigen, een ploeg, met een juk, en een bijl en een schaal, in het Scythische land vallen. En de oudste van hen zag dit het eerst, kwam nader bij en wilde ze grijpen, doch als hij er bij kwam begon het goud te branden; toen hij was weggegaan kwam de tweede aan, en het goud deed we derom het zelfde. Hen dan verstiet het gloeiende goud, doch toen de derde, de jongste aankwam, was het gebluscht, en hij bracht het naar zijn huis, en de oudere broeders, gaven toe daarom, en lieten de gansche heerschappij aan den jongsten.

6. Van Lipoxaïs nu moeten die der Scythen afstammen, die de Auchaten-stam heeten; van den middelsten Arpoxaïs zij, die Catiarers en Traspiërs heeten, en van den jongsten van hen, den koning, zij, die Paralaten heeten; allen te samen heeten zij Scoloten, naar den naam des konings, doch de Hellenen hebben hen Scythen genoemd.