aardstof[1] te vechten; die der koningen echter tegen de aanrukkenden om het land te strijden. Doch zij wilden niet toegeven, noch het volk aan de koningen, noch de koningen aan het volk; dit immers dacht er aan zonder strijd weg te gaan en het land aan de komenden over te laten; doch de koningen besloten in hun land te sterven en begraven te liggen, en niet met het volk te vluchten, overwegend hoeveel goeds zij ondervonden hadden, en hoeveel kwaads zij verwachten konden te lijden, vluchtend uit hun vaderland. Toen zij dat besloten hadden, verdeelden de koningen zich in tweeën en in gelijk aantal zijnde, streden zij tegen elkander. En allen stierven de koningen door elkander's hand en het volk der Cimmeriërs begroef hen bij de rivier de Tyras (en hun graf is nog te zien), en na de begrafenis maakten zij zoo den uittocht uit het land; en de Scythen, aangekomen, namen het land leeg van menschen in bezit.
12. Thans nog zijn er in het Scythische land de Cimmerische wallen, er zijn de Cimmerische Veeren, er is ook een streek Cimmerië van naam, er is de dusgeheeten Cimmerische Bosporus. En de Cimmeriërs vluchtten, naar men weet, voor de Scythen naar Azië, en vestigden zich op het schiereiland, waar nu de Helleensche stad Sinope gebouwd is. En bekend is ook, dat de Scythen hen najoegen en in het land der Meden vielen, den weg gemist hebbend; want de Cimmeriërs vluchtten steeds langs de zee, doch de Scythen hielden den Caucasus aan de rechterhand en joegen voort tot zij in het land der Meden kwamen, den weg midden door het land ingeslagen. Dit andere verhaal wordt in overeenstemming door Hellenen en barbaren als overlevering verhaald.
- ↑ Naar de conjectuur van Stein, in plaats van tegen velen.