zeggende, dat het de Issedonen waren, die dat zeiden. Doch zoover mogelijk wij bij machte zijn geweest door hooren door te dringen, zal alles gezegd worden.
17. Van de handelsplaats der Borystheneïten (want dit is de middelste plaats in de kuststreek van gansch Scythië), daar van daan wonen het eerst de Callipiden, die Helleensche Scythen zijn, en boven dezen een ander volk. Alazonen geheeten. Dezen en de Callipiden gedragen zich in de overige dingen evenals de Scythen, doch koorn zaaien en eten zij, en uien en knoflook en linzen en gierst. Boven de Alazonen wonen de akkerbouwende Scythen, die niet om te eten koorn zaaien, doch voor den verkoop. Boven dezen wonen de Neurers. En boven de Neurers naar den noordewind is het land leeg van menschen, zooveel wij weten.
18. Dit nu zijn de volkeren langs de rivier de Hypanis naar de avondzijde van den Borysthenes; doch wie de Borysthenes overgaat, vindt van de zee af eerst de streek Hylaea; daar van daan hooger op wonen landbouwende Scythen, welke de bij de rivier de Hypanis wonende Hellenen Borystheneïten noemen, en zichzelven dan Olbiopoliten. Deze landbouwende Scythen nu bewonen eensdeels het land naar den dageraad over een weg van drie dagen, reikende tot aan een rivier, de Panticapes geheeten, andersdeels naar den noordewind een vaart van elt dagen de Borysthenes op. En boven hen reeds is het land een groot eind onbevolkt. Na de woestenij wonen de Androphagen, een volk op zich zelf en geenszins Scythisch. Boven dezen is het in waarheid een woestenij en geen volk van menschen is daar, zooveel wij weten.
19. Het land naar de dageraadszijde van die landbouwende Scythen, aan de overzijde van de rivier Panticapes, bewonen