die in Delus gezongen worden), en als de dijen verbrand zijn op het altaar, wordt de asch gebruikt ter bestrooing van het graf van Opis en Arge. Hun graf ligt achter het heiligdom van Artemis, naar den dageraad gericht, zeer dicht bij het feesthuis der Ceërs.
36. En dit nu zij over de Hyperboreërs gezegd, want het verhaal over Abaris, die een Hyperboreër zou zijn, verhaal ik niet, dat hij den pijl over de geheele aarde zou rond gedragen hebben, niets etende. Doch indien er hyperboreesche[1] menschen zijn, zijn er ook andere, hypernotische[2]. Maar ik lach, ziende hoevelen beschrijvingen van de aarde geteekend hebben en niemand met eenig inzicht ze uitlegde; menschen, die den Oceaan teekenen als stroomend rondom de aarde, die rond zou zijn als met een passer getrokken, en die Azië even groot als Europa maken. Want in weinig woorden zal ik de grootte van ieder van hen aangeven en hoe ieder te teekenen is.
37. De Perzen bewonen Azië, reikende tot aan de zuidelijke zee, de zoogenaamde Roode. Boven hen naar den noordewind wonen de Meden, boven de Meden de Saspiren, boven de Saspiren de Colchiërs, reikende tot aan de noordelijke zee,[3] waarin de rivier de Phasis uitstroomt. Deze vier volkeren wonen van zee tot zee.
38. Van daar strekken zich twee tongen van Azië uit naar de zee, en die zal ik nu beschrijven. Vooreerst strekt de eene tong, beginnende bij de Phasis, in de