richting van den noordewind in de zee zich uit langs den Pontus en den Hellespontus tot aan het Trojaansche Sigeüm, en aan de zijde van den zuidewind loopt die zelfde tong van de Myriandische golf, die bij Phenicië ligt, in de zee uit, tot aan het Triopische voorgebergte. En in dat schiereiland wonen dertig volken.
39. Dit nu is het eene van de schiereilanden;[1] doch het andere bij Perzië beginnend strekt zich uit in de Roode Zee, namelijk Perzië en het daaraan liggende Assyrië en naast Assyrië Arabië; en het houdt op, (niet ophoudend dan volgens het gewone zeggen), bij de Arabische golf, waarheen Darius uit de Nijl een kanaal voerde. Van Perzië nu tot Phenicië is het land breed en groot, doch van Phenicië gaat die tong tengevolge van deze zee[2] langs het Palaestinische Syrië en Egypte, waarin zij eindigt; en daarin wonen slechts drie volken.
40. Dit nu is het deel van Azië dat van Perzië naar den avond zich strekt, doch wat aangaat het land boven de Perzen en de Meden en de Saspiren en de Colchiërs, dat naar den dageraad en de opgaande zon ligt, daarbij is aan de eene zijde de Roode Zee, naar den noordewind de Caspische zee en de rivier de Araxes, die naar de rijzende zon stroomt. Tot Indië toe is Azië bewoond; doch daar vandaan naar den dageraad is er een woestenij, en niemand kan zeggen, hoe het daar is.
41. Zoodanig en zoo groot dan is Azië; doch Libye ligt in de tweede tong; want dadelijk na Egypte begint Libye. Bij Egypte nu is die tong smal, want van deze zee naar de Roode Zee is het tien tienduizenden vademen, en dat kan wel ongeveer duizend stadiën zijn. Verder dan