Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/366

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de grond, die vlak is, deze is grasrijk en welbewaterd, en rivieren stroomen er door heen, niet veel minder in getal dan de kanalen in Egypte. Zoovelen er belangrijk zijn van hen en bevaarbaar van de zee uit, die zal ik noemen: de Ister met vijf monden, daarna de Tyres en de Hypanis en de Borysthenes en de Panticapes en de Hypacyris en de Gerrhus en de Tanaïs. Deze stroomen op de volgende wijze:

48. De Ister[1], zijnde de grootste van alle stroomen, die wij kennen, stroomt altijd in grootte gelijk aan zich zelve èn zomers en winters, en de eerste der Scythische rivieren zijnde, die van het westen komen, is zij om de volgende oorzaak de grootste. Want terwijl andere rivieren in haar vallen, zijn dezen het, die haar groot maken, vijf in getal stroomende door het Scythische land; vooreerst die, welke de Scythen Porata noemen, doch de Hellenen Pyretus[2], en dan nog de Tiarantus, de Ararus en de Naparis en de Ordessus. De eerstgenoemde der rivieren is groot, en naar den dageraad stroomend deelt zij aan de Ister haar water mede; de tweede genoemde, de Tiarantus, stroomt meer naar den avond en is kleiner, doch de Ararus dan en de Naparis en de Ordessus vallen in de Ister, tusschen genen door loopend.

49. Deze inlandsche Scythische rivieren maken te samen gene vol, en van de Agathyrsen stroomt de rivier Maris en vereenigt zich met de Ister, en van de toppen des Haemus'[3] stroomen drie andere groote rivieren naar den noordewind en vallen in haar, de Atlas en de Auras en de Tibisis. En uit Thracië en de thracische Crobuzen stroomen de Athrys en de Noës en de Artanes en vloeien in de Ister, en uit de Paeoniërs van den berg Rhodope

  1. De Donau.
  2. De Pruth.
  3. De Balkan.