Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/368

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

51. Een van de rivieren bij de Scythen is dus de Ister, na deze de Tyres,[1] die van den noordewind aankomt, en begint te stroomen uit een groot meer, dat het Scythische van het Neurische land afgrenst. Aan den

mond wonen Hellenen, die Tyriten genoemd worden. 52. De derde rivier, de Hypanis,[2] komt uit Scythië en stroomt uit een groot meer, waaromheen wilde witte paarden weiden; dit meer heet terecht de moeder der Hypanis. Daaruit ontspringend stroomt de rivier Hyраnis over een vaart van vijf dagen en is ondiep en zoet; daarvandaan tot aan de zee, een vaart van vier dagen, is zij vreeselijk bitter; want een bittere bron stroomt in haar uit, die wel zéér bitter is, daar zij, klein in grootte zijnde, zich mengt met de Hypanis, een rivier groot als weinige, en haar bitter maakt. Deze bron ligt bij de grenzen van het land der akkerbouwende Scythen en de Alazonen; de naam van de bron en de plaats vanwaar zij komt, is in het Scythisch Exampaeus, doch volgens de Helleensche taal Hirai Hodoi.[3] Bij de Alazonen brengen de Tyres en de Hypanis hun wendingen dicht bijeen, doch verderop wendt ieder zich weg, het tusschenland breed houdende.

53. De vierde rivier is de Borysthenes,[4] die na de Ister de grootste van hen is en naar onze meening de voordeeligste, niet alleen van de Scythische stroomen, doch ook van alle andere, behalve de Egyptische Nijl; want met deze is het niet mogelijk een andere rivier te vergelijken; doch van de overigen is de Borysthenes de voordeeligste, daar zij de schoonste en weelderigste wei-

  1. De Dniester.
  2. De Boeg.
  3. d. i. heilige wegen.
  4. De Dnieper.