hebbend, wat onmogelijk was om te vinden en te raden, sneed hij een schildpad en een lam in stukken en kookte ze zelf in een metalen ketel, en zette er een metalen deksel op.
49. Zoo werd dan te Delphi aan Cresus door het orakel geantwoord. Ten opzichte van het antwoord van het orakel van Amphiaraüs weet ik niet te zeggen, wat aan de Lydiërs geantwoord werd, toen zij in het heiligdom de gebruiken hadden verricht; en er wordt daarover ook niets gemeld, behalve dat hij ook dezen[1] in bezit van een onbedriegelijk orakel achtte te wezen.
50. Daarna zocht hij met groote offers de gunst van den god in Delphi. Want hij offerde offerdieren van iedere soort drie duizend, en vergulde en verzilverde rustbedden, en goudene schalen en purperen gewaden en kleederen, dit alles tot een groote hoop opgestapeld hebbend, verbrandde hij het, hopende daardoor den god meer voor zich te zullen winnen, en aan alle Lydiërs beval hij te offeren, ieder van hen, wat hij kon. Toen hij geofferd had, en onmetelijk veel goud gesmolten, liet hij daaruit halftegels slaan, en die in de lengte zes palm, in de breedte drie palm, in de hoogte één palm maken, ten getale van honderd en zeventien, en daarvan vier van zuiver goud, wegende ieder derdehalf talent, de andere halftegels van wit goud[2], in gewicht twee talenten[3]. Hij liet ook een leeuwenbeeld van zuiver goud maken, wegende tien talenten. Deze leeuw viel, toen de tempel in Delphi afbrandde, van de halftegels af, want daarop was hij geplaatst, en nu ligt hij in de schatkamer der Corin-