Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/371

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Goitosyros, Aphrodite Urania Argimpasa, en Poseidon Thagimasadas. Beelden en altaren en tempels plegen zij niet te maken behalve voor Ares; voor dien plegen zij het.

60. De offerwijs is bij allen dezelfde, gelijkelijk voor alle offers, en wordt verricht op de volgende wijze. Het offerdier zelf staat met de voorpooten gebonden, en de offeraar achter het dier staande, trekt aan het einde van den strik en werpt het neder; als het offerbeest gevallen is, roept gene den god aan, tot wien hij offert, en werpt vervolgens snel een strik om den nek, en een stok daarin stekend, draait hij dien om en worgt het dier, zonder een vuur te ontsteken, noch vóórplechtigheden te doen, noch te plengen, doch hij worgt het dier en vilt het en gaat aan het koken.

61. Daar het Scythische land geweldig houtarm is, hebben zij het volgende verzonnen voor het koken van het vleesch. Nadat zij de offerdieren gevild hebben, ontblooten zij de beenderen van het vleesch; daarna werpen zij dit, als zij ze hebben, in inlandsche ketels, veel op Lesbische mengvaten gelijkend, behalve dat zij veel grooter zijn; daarin werpen zij het vleesch en koken, terwijl zij de beenderen der offerdieren er onder aansteken. Doch als zij geen ketel bij zich hebben, dan brengen zij al het vleesch in den buik van het offerdier, mengen er water bij, en verbranden de beenderen eronder; dezen, branden voortreflijk, en de buik bevat gemaklijk het vleesch, dat van de beenderen ontdaan is. En zoo kookt het rund zich zelf gaar en de andere offerbeesten ieder zichzelf. Wanneer het vleesch gekookt is, zondert de offeraar van het vleesch en de ingewanden een eerste deel af en werpt die vóór zich. Zij offeren ook andere beesten en vooral paarden.