Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/373

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

gericht. Wanneer een Scyth zijn eersten man heeft geveld, drinkt hij van diens bloed. En zoovelen hij doodt in den slag, van dezen brengt hij het hoofd aan den koning, want het hoofd aanbrengende neemt hij deel aan den buit, dien zij maken, doch brengt hij er geen, dan geen deel. En hij vilt het op de volgende wijze. Hij maakt om de ooren heen in een kring een snede, grijpt het hoofd bij de schedelhuid en schudt het er uit; daarna schaaft hij met een runderrib het vleesch weg en maakt ze week met de handen, en ze zacht gemaakt hebbend gebruikt hij ze als handdoek, en aan de teugels van het paard, dat hij rijdt, daaraan bindt hij ze vast, en is er trotsch op; want die de meeste handdoeken van huid heeft, deze geldt voor den dappersten man. Velen van hen maken ook kleeden om aan te trekken van deze huiden, ze samennaaiend evenals geitenvellen. Velen ook villen de rechterhand van vijanden, die gedood zijn, met de nagels er af en maken er overtreksels van voor hun pijlkokers; de huid eens menschen toch is èn dik en blinkend, en is van nagenoeg alle huiden het glanzigst wit. Velen ook villen geheele mannen en die huiden op houten spannend, dragen zij ze op hun paarden bij zich.

65. Dit nu is zoo gebruik bij hen, doch met de hoofden zelf, niet van allen, doch van de grootste vijanden, doen zij het volgende. Een ieder zaagt alles beneden de wenkbrauwen weg, en reinigt den schedel; en indien hij arm is, zoo spant hij er van buiten enkel rundervel om heen en gebruikt hem zoo, doch als hij rijk is, spant hij er wel ossevel omheen, doch verguldt hem ook van binnen en gebruikt hem zoo als beker. Dit doen zij ook als zij met een hunner verwanten in twist zijn gekomen, en indien de een bij den koning macht over