gepleegd, noemende wien der burgers zij dan noemen; want bij de koninklijke haarden zoo plechtig mogelijk te zweren is zede bij de Scythen, wanneer zij den grootsten eed willen zweren. Terstond nu wordt hij, dien genen dan van meineed beschuldigen, van weerszijden aangegrepen en voor den koning gebracht; en als hij gekomen is, werpen de waarzeggers hem voor, dat hij in hun waarzegging gebleken is valschlijk bij de koninklijke haarden gezworen te hebben, en dat daardoor de koning ziek is. Gene ontkent, en loochent den valschen eed, en spreekt heftige woorden. En daar hij loochent, ontbiedt de koning andere waarzeggers, tweemaal zooveel, en indien ook dezen, een onderzoek doende in de waarzeggingskunst, genen aan meineed schuldig verklaren, houwt men hem terstond het hoofd af, en zijn have verloten de eerste waarzeggers onder elkander; indien echter de nieuwgekomen waarzeggers hem vrij spreken, komen andere waarzeggers aan en weer andere. Indien nu de meesten den mensch vrij spreken, is bepaald, dat de eerste waarzeggers zelf sterven moeten.
69. Men doodt hen dan op de volgende wijze. Nadat zij een wagen met rijs gevuld hebben en ossen er voor gespannen, binden zij den waarzeggers de voeten en binden hun handen van achteren, stoppen hun den mond toe, duwen hen midden in het rijs, steken dat in brand en maken de ossen bang en jagen ze voort. Vele ossen nu verbranden tegelijk met de waarzeggers, vele ontkomen ook, overal gezengd, wanneer de dissel is afgebrand. Op de gezegde wijze verbranden zij, en ook om andere redenen, de waarzeggers, valsche waarzeggers hen noemend. Doch van hen, die de koning doodt, spaart hij ook de kinderen niet, doch de manlijke doodt hij allen, de vrouwlijke echter doet hij geen kwaad aan.