Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/376

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

70. Een verbond sluiten de Scythen aldus met wie zij het dan sluiten. Zij schenken wijn in een grooten aarden beker en mengen daar bloed bij van hen, die het verbond maken, terwijl zij met een priem rijten of met een mes eene kleine snede in het lichaam maken, en daarna doopen zij een zwaard in den beker, en pijlen en een bijl en een werpspiets; nadat zij dat gedaan hebben, spreken zij vele eeden en vloeken, en daarna drinken zij zelf, die het verbond sloten, en de meest aanzienlijken van hun volgelingen.

71. De begrafenis der koningen geschiedt bij de Gerrhen (tot waar de Borysthenes bevaarbaar is)[1]; dáár, wanneer hun koning gestorven is, graven zij een grooten vierkanten kuil in de aarde. Hebben zij dezen gereed gemaakt, dan nemen zij het lijk, welks lijf met was is overtrokken, doch aan den buik eerst opengesneden en gereinigd, dan met gestooten cypres en reukwerk, zaad van eppe en anijs gevuld, en weder dichtgenaaid, en brengen het in een wagen naar het andere volk. Zij nu, die het tot hen gebrachte lijk ontvangen, doen het zelfde wat ook de koninklijke Scythen doen; zij snijden wat van hun oor af, scheren de haren rondom weg, kerven zich de armen, krabben het voorhoofd en de neus stuk, en stooten zich pijlen door de linkerhand. Vandaar brengen zij het lijk des konings in den wagen naar een ander volk, waarover zij heerschen, en die, bij welke zij het eerst kwamen, volgen hen. Wanneer zij nu, het lijk geleidende, door allen heen zijn getrokken, zijn zij bij de Gerrhen, die het verst wonen der volken, waarover zij heerschen, en bij de graven. En dan, nadat zij het lijk op stroo in het graf gelegd hebben, steken zij aan alle kanten van

  1. Waarschijnlijk ingevoegd.