Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/377

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

het lijk lansen in den grond, spannen planken daarover en maken daarna een dak van vlechtwerk; in de overgebleven ruimte van het graf begraven zij een der bijwijven, die zij worgden, en den wijnschenker, en den kok en den stalmeester en den kamerdienaar en den boodschapbrenger en de paarden en eerste gaven van alle andere dingen en gouden schalen; doch zilver gebruiken zij gansch niet, noch ijzer. Dit gedaan hebbend, werpen allen een grooten aardhoop op, in wedijver en zij spannen zich in om hem zoo groot mogelijk te maken.

72. Als een jaar verstreken is, doen zij wederom het volgende: van de overgebleven dienaren nemen zij de den koning meest getrouwen (deze zijn geboren Scythen; want zij slechts zijn dienaars, wien de koning het beveelt, en gekochte knechten hebben zij niet); van die knechten dan worgen zij er vijftig en de vijftig schoonste paarden, en zij nemen de ingewanden uit hen weg en reinigen en vullen met stroo en naaien dicht. En een half rad plaatsen zij omgekeerd aan twee palen en de andere helft van het rad aan twee andere palen, en bevestigen vele zulke dingen op dezelfde wijze, dan drijven zij dikke houten in de lengte door de paarden heen tot aan de hals, en plaatsen ze boven de raderen; de voorste raderen nu van dezen ondersteunen de schouders der paarden, en die achteraan vatten den buik bij de dijen; de pooten hangen voor en achter in de lucht. Dan doen zij de paarden teugels en gebitten aan, trekkende teugels vóór de paarden uit en binden ze vervolgens aan knoppen. Van de vijftig geworgde jongelingen plaatsen zij er telkens één op één paard, en plaatsen ze zóó: wanneer zij door ieder lijk heen langs den ruggegraat een paal hebben gedreven tot den hals — van onderen steekt een stuk van dat hout naar buiten, en