Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/378

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dat stuk bevestigen zij in het boorgat van het hout, dat door het paard gaat. Zij plaatsen deze ruiters in een kring om het graf en trekken weg.

73. Zoo begraven zij de koningen. Doch de andere Scythen, wanneer die gestorven zijn, dan brengen de naaste verwanten hen op wagens bij hun vrienden, van welke ieder de volgelingen ontvangt en onthaalt, en dicht bij het lijk er van alles aan voorzet, wat hij ook den anderen voorzet. Zoo worden de gewone menschen veertig dagen rondgeleid, en dan begraven. Na de begrafenis echter reinigen de Scythen zich op de volgende wijze. Zij zalven zich het hoofd en wasschen het weder af en doen met hun lichaam het volgende. Nadat zij drie balken tegen elkander leunend hebben opgesteld, spannen zij daarover wollen dekens, stoppen ze zoo goed mogelijk aanéén, en werpen steenen, van vuur gloeiend, in een pot, die middenin tusschen de balken en dekens staat.

74. Er groeit bij hen een hennep in het land, die, behalve in dikte en lengte, veel gelijkt op vlas, doch daarin overtreft de hennep het vlas vele malen. Het groeit zoowel uit zichzelf als door zaaiing, en daaruit maken de Thraciërs ook kleederen zeer gelijkend op de linnenen, en zelfs zou hij, die niet zeer vertrouwd er mede is, niet kunnen onderscheiden of het van vlas of van hennep is; die nog nooit een hennepen kleed zag, zal het kleed voor linnen houden.

75. Wanneer de Scythen nu van dien hennep het zaad genomen hebben, kruipen zij in den wollen tent, en dan werpen zij het zaad op de gloeiende steenen; en het zaad er op geworpen[1] gaat rooken en geeft zulk een damp, dat geen enkel Helleensch dampbad het overtref-'

  1. Er werd ook water op de steenen gegoten.