welke Ariapithes een zoon. Oricus, had. En toen Scyles over de Scythen heerschte, was hij geenszins bevredigd door de Scythische leefwijze, maar hij was veel meer geneigd naar het Helleensche door de opvoeding, waarin hij opgevoed was en hij deed het volgende: zoo dikwijls hij het Scythische heer naar de stad der Borysthencïten voerde, (deze Borystheneïten beweren dat zij Milesiërs zijn), wanneer Scyles naar hen kwam, liet hij het heer voor de stad achter, en, wanneer hij dan zelf binnen de muur was gegaan en de poort gesloten had, legde hij zijn Scythische kleeding af en trok een Helleensch gewaad aan, en daarin gekleed, bezocht hij de markt zonder gevolg van lansdragers of iemand anders (want dezen bewaakten de poort, dat niemand der Scythen hem in dat gewaad zien zoude) en gedroeg zich ook in andere opzichten volgens de Helleensche leefwijze en offerde aan de goden volgens de Helleensche gebruiken. Wanneer hij een maand of langer daar gebleven was, vertrok hij, het Scythische kleed aangetrokken hebbende. Zoo deed hij meermalen en hij bouwde een woning in Borysthenes en huwde daarin een vrouw uit de stad.
79. Toen het hem slecht moest vergaan, geschiedde het uit deze aanleiding: hij kreeg begeerte ingewijd te worden in de dienst van den bacchischen Dionysus. Doch toen hij de inwijding zou ondernemen, toonde zich hem een groot teeken. Hij had in de stad der Borystheneïten een groot en kostbaar paleis, dat ik ook kort te voren vermeld heb en waarom sfinxen en grypen van witten steen stonden: daarin slingerde de god zijn schicht. En het huis brandde geheel af, doch Scyles volbracht daarom niet minder de inwijding. De Scythen beschimpen de Hellenen om de bacchische optochten, want zij zeggen, dat het niet betaamt een god uit te denken,