Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/385

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

is. Want van alle zeeën is hij de meest verbazingwekkende; in lengte is hij honderd en duizend en tienduizend stadiën; in de breedte, waar hij op zijn breedst is, driehonderd en drieduizend stadiën.[1] De mond van deze zee is in breedte vier stadiën; de lengte van den mond, — de nek, die dan de Bosporus heet, — waarover dan de brug gelegd was, is honderd en twintig stadiën. De Bosporus loopt naar de Propontis; en de Propontis, in breedte vijfhonderd stadiën, in lengte vierhonderd en duizend, komt uit in den Hellespont, die op het nauwst zeven stadiën, in lengte vierhonderd is. En de Hellespont loopt uit in de breede zee, die de Egeesche heet.

86. Ik heb dit op de volgende wijze door berekening gemeten. Een zeilschip legt gewoonlijk in een langen dag ongeveer zeventigduizend vademen af, en des nachts zestigduizend. Van den mond nu naar de Phasis (want dat is de grootste lengte van den Pontus) is een vaart van negen dagen en acht nachten; dezen zijn elf tienduizenden en honderd vademen, en uit deze vademen komen honderd en duizend en tienduizend stadiën. Naar Themiscyra bij de rivier Thermodon is de vaart uit het Sindische land[2] (want daar is de breedste plaats van den Pontus) drie dagen lang en twee nachten; dezen zijn drie tienduizenden en dertig vademen, doch driehonderd en drieduizend stadiën. Zoo dan zijn deze Pontus en de Bosporus en de Hellespontus door mijn berekening gemeten en hebben den aard volgens wat gezegd is. Deze Pontus geeft ook een meer, dat in hem uitloopt en niet veel kleiner is dan hijzelf; dit heet het Maeotische en de moeder van den Pontus.

  1. Deze opgave is zeer foutief.
  2. Zie IV. 28.