Dit was dus het gedenkteeken van wie de brug had gelegd.
89. En Darius, Mandrocles begiftigd hebbend, trok over naar Europa, en beval den Ioniërs den Pontus op te varen tot aan de Ister, en wanneer zij aan de Ister gekomen waren, daar hem af te wachten en onderwijl een brug over de rivier te leggen, want de vloot werd geleid door de Ioniërs, de Aeoliërs en de Hellespontiërs. De vloot dan voer de Cyaneën door en ging recht naar de Ister, en, een vaart van twee dagen van zee de rivier opgevaren, legde zij een brug over den nek van de rivier, waar de onden van de Ister van één gaan. Darius, toen hij den Bosporus langs de brug was overgegaan, trok door Thracië, en gekomen bij de bronnen der rivier de Tearus kampeerde hij drie dagen.
90. De Tearus is, naar de inwoners verzekeren, de beste der rivieren, zoowel voor de andere zaken van genezing als vooral om menschen en paarden van de schurft te genezen. Haar bronnen zijn op twee na veertig in getal, en stroomen uit de zelfde rots, en sommige zijn koud, andere warm; de weg er heen is even groot van Heraeopolis bij Perinthus, en van Appolonia bij den Pontus Euxinus, ieder twee dagen. Deze Tearus valt in de rivier de Contadesdus, de Contadesdus in de Agrianes, de Agrianes in de Hebrus, en deze in de zee bij de stad Aenus.
91. Toen Darius dan bij deze rivier gekomen kampeerde, verheugde hij zich in de rivier en plaatste ook daar een zuil, en grifte er letters in, die het volgende zeiden: „de hoofden der rivier Tearus geven van alle rivieren het voortreflijkste en het schoonste water, en tot hen kwam, een tocht tegen de Scythen makende, de voortreflijkste en schoonste van alle menschen. Darius, zoon van Hystaspes, koning der Perzen en van al het vaste land."
Dit werd daar ingegrift.