Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/397

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

verstonden elkander niet), doch zij duidde met de hand, dat hij den volgenden dag op dezelfde plaats zou ko- men en een ander medebrengen, aanwijzende, dat er twee zouden zijn, en zij zelf zou een ander medebrengen. De jongeling, toen hij weggegaan was, zeide dit aan de anderen ; en den volgenden dag ging hij zelf naar de plaats en nam een ander mede, en hij vond de Amazone met een ander wachten. Toen de overige jongelingen dat vernamen, maakten zij zich met de anderen der Amazonen bevriend.

114. Daarna vereenigden zij beide kampen en woonden te samen, en iedere man had haar als vrouw, met. wie hij zich de eerste maal vereenigd had. De taal der vrouwen konden de mannen niet leeren, doch de vrouwen begrepen na eenigen tijd die der mannen. Toen zij nu elkander verstonden, zeiden de mannen tot de Amazonen het volgende : „wij hebben ouders, wij hebben bezittingen. Daarom, laat ons niet langer nu dit leven hebben, doch teruggaan naar ons volk en daar leven. U zullen wij tot vrouwen hebben en geen andere." Genen echter zeiden daarop : „wij zouden niet kunnen wonen met uw vrouwen, zij en wij toch hebben niet dezelfde zeden. Want wij kunnen schieten en speerwerpen en te paard rijden, doch de werken der vrouwen leerden wij niet ; uw vrouwen echter doen geen der din- gen, die wij genoemd hebben, doch de vrouwlijke werken werken zij, en blijven in de wagens, noch op de jacht gaande, noch ergens anders heen. Daarom, wij zouden ons niet met genen kunnen verdragen. Doch als gij ons tot vrouwen wilt hebben en rechtvaardig schijnen, gaat naar uw ouders, en eischt uw deel der bezittingen, en komt daarna weder en laat ons op ons zelven wonen."

115. De jongelingen lieten zich bewegen en deden