Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/40

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

het orakel te raadplegen, en vrijdom van schatting, en plaatsen op de voorste rij bij de spelen, en dat het vrij stond, wie wilde van hen. Delphiër te worden voor allen tijd.

55. Na begiftiging van de Delphiërs vroeg Cresus ten derde male om een antwoord. Want daar hij nu de waarheid van het orakel geleerd had, kon hij er niet genoeg van krijgen. Hij stelde dan aan het orakel de vraag, of zijn alleenheerschappij lang van duur zou wezen.

De Pythia antwoordde hem het volgende:

Maar als over de Meden een muildier koning zal worden,
Dan, weekvoetige Lyder, vlucht dan naar den steenigen Hermus[1]);
Vlucht dan en wil niet blijven, noch schroom een lafaard te wezen.

56. Bij de komst van deze woorden verheugde Cresus zich het allermeest, verwachtende dat nooit een muildier in plaats van een man koning over de Meden zou zijn, en dus noch hij zelf, noch zijn afstammelingen ooit zouden ophouden te heerschen. Daarna ging hij ernstig onderzoeken, welke der Hellenen hij zich als de machtigsten tot vrienden zou verwerven. En bij onderzoek vond hij de Lacedaemoniërs en de Atheners vooraan staan, de eersten van den dorischen stam, de anderen van den ionischen. Want dezen waren de voornaamste stammen, en zijn van oudsher, de laatste een pelasgisch, de eerste een helleensch volk. En het laatste had nooit zijn land verlaten, het eerste zeer veel rondgezworven. Want ten tijde van koning Deucalion bewoonde het 't land

  1. Een rivier.