Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/406

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

132. Dit gehoord hebbend overlegden de Perzen. Darius' meening nu was, dat de Scythen zich aan hem gaven, èn aarde en water; daarnaar gissende, dat de muis in de aarde ontstaat en dezelfde vrucht als de mensch eet, en de kikvorsch in het water; de vogel echter gelijkt meest op een paard, en de pijlen gaven zij over als hun eigen weerbaarheid. Deze meening nu werd door Darius gegeven, doch tegen deze meening streed die van Gobryas, een van de zeven mannen, die den Magiër hadden doen vallen, welke meening giste, dat de geschenken zeiden: „indien gij niet, vogels geworden, naar den hemel vliegt, o Perzen, of muizen geworden onder den grond kruipt, of kikvorschen geworden in de poelen springt, dan zult gij niet terugkeeren, door deze pijlen getroffen."

133. De Perzen dan gisten over de geschenken. Doch de eene afdeeling der Scythen, die vroeger de opdracht had ontvangen om bij het meer Maeotis wacht te houden, doch toen om naar de Ister te gaan en met de Ioniërs te spreken, toen deze bij de brug gekomen was, zeide zij het volgende: „Mannen Ioniërs, wij komen u de vrijheid brengen, indien gij althans luisteren wilt. Want wij vernemen, dat Darius u opgedragen heeft slechts zestig dagen de brug te bewaken en mocht hij in dien tijd niet teruggekomen zijn, dan naar uw land weg te gaan. Nu dan, doet dat, gij lieden, en ge zult zonder schuld zijn tegenover genen, zonder schuld ook tegenover ons. Blijft de afgesproken dagen, en gaat dan weg." Zij nu, toen de Ioniërs beloofd hadden dat te zullen doen, toen ijlden de Scythen zoo spoedig mogelijk terug.

134. En nadat de geschenken aan Darius gezonden waren, schaarden zich de overige Scythen met voetvolk en ruiterij tegenover de Perzen, alsof zij wilden vechten. En midden door de geschaarde Scythen liep een haas,