Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/415

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daarna bleven de kinderen leven. Hetzelfde geschiedde ook in Thera aan de nakomelingen van die mannen.

150. Tot dit deel van het verhaal nu verhalen de Lace- daemoniërs en de Theraeërs in overeenstemming, doch verder zeggen alleen de Theraeërs, dat het zoo geschied is. Grinnus, zoon van Aesanias, een afstammeling van dien Theras en koning van het eiland Thera, kwam in Delphi en bracht een hecatombe van de stad mede, en andere van de burgers volgden hem en ook dan Battus, zoon van Polymnestus, uit het geslacht van Euphemus, den Minyer. Toen nu Grinnus, de koning der Theraeërs over andere dingen gevraagd had, antwoordde hem de Pythia een stad in Libye te stichten. En hij antwoordde, zeggende: „ik, o heer, ben reeds te oud en door ouderdom gedrukt om mij op te maken, doch beveel gij een van deze jongeren dat te doen." En met zeide hij dat en wees op Battus. Toen gebeurde dat slechts. Daarna echter weggegaan, letten zij niet op het orakel, noch wetende, waar op de aarde Libye was, noch het wagende op het onzekere een nederzetting weg te sturen.

151. En gedurende zeven jaren daarna beregende de god Thera niet, en daarin verdorden al hun boomen op het eiland behalve één. En toen de Theraeërs het orakel vroegen, beval hun de Pythia de nederzetting in Libye. Daar er nu geen enkel middel tegen den ramp was, zonden zij boden naar Creta om uit te vorschen of een der Creters of hun omwoners in Libye gekomen waren. En toen deze boden over Creta rondtrokken, kwamen zij ook in de stad Itanus, en daar ontmoetten zij een purpurvisscher met name Corobius, die beweerde door de winden weggedreven in Libye gekomen te zijn, en in Libye op het eiland Platea. En zij overreedden hem met loon, en brachten hem naar Thera, en van Thera voeren eerst verspie-