Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/423

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

begaf Arcesilaüs zich naar Delphi om het orakel over zijn terugkomst te vragen. En de Pythia antwoordde hem het volgende: „gedurende vier Batussen en vier Arcesilaüssen, acht menschengeslachten, geeft Loxias u over Cyrene te heerschen; doch meer dan dat raadt hij u niet eenmaal te beproeven. Doch gij, blijf rustig als gij in uw land zijt teruggekeerd. En indien gij den haard vol kruiken vindt, bak de kruiken niet, doch breng ze ongedeerd weg. Zoo gij echter den haard doorbranden zult, kom dan niet op de omspoelde plaats; zoo niet, dan zult gij sterven, gij zelf en de schoonste stier." Dit antwoordde de Pythia aan Arcesilaüs.

164. En hij, de mannen van Samus medenemend, ging terug naar Cyrene, en toen hij de macht veroverd had, was hij het orakel niet indachtig, doch bracht zijn tegenstanders om zijn eigen vlucht voor het gerecht. Sommigen van hen weken geheel uit het land, eenige anderen echter kreeg Arcesilaüs in zijn macht en hij zond hen naar Cyprus tot hun ondergang. Doch de Cnidiërs redden hen, toen zij naar hun land afgedreven werden, en zonden hen naar Thera; en nog andere der Cyrenaeërs, die in een grooten toren van Aglomachus, een gewoon burger, gevlucht waren, verbrandde Arcesilaüs, hout er om heen ophoopend. Doch na deze daad zag hij in, dat daarop de orakelspreuk sloeg, — dat de Pythia hem niet geoorloofd had, als hij kruiken in den haard vond, die te bakken —, en hij week uit eigen beweging uit de stad der Cyrenaeërs, den verkondigden dood vreezende en meenende, dat Cyrene het omspoelde land was. Hij had nu tot vrouw een verwante van zich, een dochter van den koning der Barcaeërs, die Alazir heette; tot dezen ging hij, en mannen van Barce en sommige vluchtelingen uit Cyrene zagen hem op de markt, en doodden