Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/425

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hij het leger afzond, zond Aryandes een heraut naar Barce en vroeg, wie het was, die Arcesilaüs gedood had. Doch de Barcaeërs namen den moord allen op zich, want vele en slechte dingen hadden zij van hem ondervonden. En toen Aryandes dit vernam, zond hij zoo dan het leger weg met Pheretime er bij. Deze reden nu was enkel als voorwendsel genoemd, doch het leger werd uitgezonden, naar mij voorkomt, om Libye te onderwerpen. Want er zijn vele en veelsoortige volken der Libyers, en enkele van hen waren des konings onderdanen, doch de meesten bekommerden zich gansch niet om Darius.

168. De Libyers nu wonen op de volgende wijze. Bij Egypte te beginnen wonen het eerst van de Libyers de Adyrmachiden, die in de meeste dingen Egyptische zeden hebben, doch een gewaad dragen, gelijk de andere Libyers. Hun vrouwen dragen om iederen scheen een metalen ring, en zij laten de hoofdharen groeien, en wanneer zij hun eigen luizen vangen, bijt ieder van haar terug en gooit ze zoo weg. Deze zijn de eenige Libyers, die zoo doen, en de eenigen, die aan den koning de jonkvrouwen toonen, die huwen willen; diegene echter, welke den koning het beste bevalt, wordt door hem ontmaagd. Deze Adyrmachiden reiken van Egypte tot aan den haven, Plynus geheeten.

169. Naast dezen leven de Giligamen, die het land naar den avond bewonen tot aan het eiland Aphrodisias. Midden in deze streek ligt het eiland Platea, dat de Cyrenaeërs bezetten; en op het vaste land is de haven van Menelaüs en Aziris, dat de Cyrenaeërs bewonen. Van hier af begint het silphium[1], en van het eiland

  1. ↑ Een plant, laserpitium, in de oudheid als schapenvoer, en ook als geneesmiddel beroemd.