Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/427

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

hebben de volgende eeden en waarzegging. Zij zweren bij de mannen, die de rechtvaardigsten en de braafsten onder hen heeten geweest te zijn, terwijl zij hun graf aanraken. En zij zeggen waar, daar zij naar de grafteekenen van hun voorouders gaan, en daar bidden en zich te slapen leggen; den droom, dien hij dan in den slaap ziet, daarvan maakt hij gebruik. Trouw sluiten zij op de volgende wijze. De een geeft uit zijn hand te drinken, en zelf drinkt hij uit die des anderen; als zij gansch geen water hebben, nemen zij stof van den grond en lekken daarvan.

173. Buren van de Nasamonen zijn de Psyllen; deze zijn op de volgende wijze te gronde gegaan. De zuidewind woei aan en droogde al de waterbakken uit; hun land, geheel binnen de Syrtis gelegen, was waterloos; en zij beraadslaagden en trokken eens van zin tegen den zuidewind op (ik zeg, wat de Libyers zeggen,) en toen zij in het zand waren gekomen, blies de zuidewind aan en bedolf hen. Toen zij omgekomen waren, namen de Nasamonen hun land.

174. Boven dezen, naar den zuidewind, wonen de Garamanten in het land der wilde dieren, die alle menschen en ieders gezelschap ontvlieden, en geen enkel oorlogswapen bezitten, noch zich weten te verdedigen.

175. Dezen dan wonen boven de Nasamonen, doch de kuststreek, naar den avond toe, hebben de Macen, die zich haarpluimen scheeren, daar zij de middelste haren laten groeien, doch aan weerskanten alles weg scheeren tot op den huid. In den oorlog dragen zij huiden van struisvogels als beschutting. Door hen heen loopt de rivier de Cinyps, die van den dusgeheeten heuvel der Chariten komt, en in zee valt. Deze heuvel der Chariten is dicht met woud begroeid, terwijl het