Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/43

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

veldtocht tegen de Megareërs, en Nisaea had genomen en andere groote daden verricht. Het atheensche volk, aldus bedrogen, gaf hem uitgekozenen uit de burgers, die wel geen lansdragers voor Pisistratus waren doch knodsdragers, want houten knodsen dragend gingen zij achter hem. Dezen nu met Pisistratus samen opgestaan, bezetten den burcht. Toen was Pisistratus heerscher over de Atheners, doch hij liet de bestaande overheidsambten ongedeerd, noch veranderde hij de wetten, maar volgens de instellingen, die er waren, bestuurde hij de stad schoon en goed.

60. Niet langen tijd daarna werden de aanhangers van Megacles en die van Lycurgus eensgezind en verdreven hem. Zoo had Pisistratus dan Athene voor de eerste maal onder zich, en zoo verloor hij zijn heerschappij weder, daar zij nog niet stevig vastgeworteld was. Doch die Pisistratus verdreven hadden, raakten opnieuw met elkander in twist. In het nauw gebracht door den strijd liet Megacles door een heraut aan Pisistratus vragen, of hij zijn dochter tot vrouw wilde hebben tegen belooning met de alleenheerschappij. Toen Pisistratus den voorslag had aangenomen en de voorwaarde goedgekeurd, verzonnen zij om hem terug te brengen, een alleronnoozelst ding, naar ik bevind, daar toch reeds sinds lang het helleensche volk losgemaakt was van het barbaarsche en veel slimmer en meer bevrijd van onnoozele dwaasheid, en genen toch toen bij de Atheners, de eersten der Hellenen in slimheid geheeten, het volgende verzinnen.

In den paeanischen wijk was een vrouw, wier naam Phya was, in grootte vier ellen op drie duimen na en overigens schoon van gestalte. Deze vrouw trokken zij een volle wapenrusting aan, plaatsten haar in een wagen,

en nadat zij haar eerst de houding aangewezen hadden,