te worden. Want eerst zwellen de vruchten aan de zeekusten voor oogst en wijnpluk; als deze zijn ingehaald dan rijpen de vruchten van de middelste streek, boven de kustlanden, die zij de heuvels noemen, om ingehaald te worden; en deze middelste vrucht is binnengebracht, en ook de vrucht in het hoogste deel des lands rijpt en zwelt, zoodat de eerste vrucht gedronken is en gegeten als de laatste binnenkomt. Zoo duurt de herfst bij de Cyrenaeërs acht maanden. Zooveel zij nu daarover gezegd.
200. De Perzische helpers van Pheretime, toen zij door Aryandes uit Egypte gezonden bij Barce gekomen waren, belegerden de stad, eischende dat genen de schuldigen aan den moord van Arcesilaüs zouden uitleveren; doch de gansche menigte bij hen was mede schuldig en zij namen de woorden niet aan. Toen dan belegerden zij Barce negen maanden, en groeven onderaardsche gangen, die naar den muur gingen en deden geweldige aanvallen. De gangen nu ontdekte een smid met een metalen schild en wel op de volgende wijze. Hij droeg het binnen den muur rond en hield het tegen den bodem van de stad; op alle andere plaatsen nu, waar hij het hield, bleef het stil, doch waar gegraven werd, weerklonk het metaal van het schild. En daar groeven de Barcaeërs van hun zijde en zij doodden de Perzische aardgravers. Dit dan werd zoo ontdekt, en de aanvallen sloegen de Barcaeërs af.
201. Toen zij veel tijd bezig waren en van beide zijden velen vielen en niet het minst van de Perzen, verzon Amasis, de aanvoerder der landmacht, het volgende. Inziende, dat de Barcaeërs niet door geweld, doch door list veroverd konden worden, deed hij het volgende. Hij groef des nachts een breede gracht, legde