waardoor zij zoo plechtig mogelijk zou schijnen, dreven zij haar naar de stad, als voorloopers herauten vooruitzendend, die in de stad gekomen riepen wat hun bevolen was, zeggende: „O, Atheners, ontvangt met goeden zin Pisistratus, dien Athena zelf het meest onder de menschen eert en terugvoert naar haar burcht." Zij nu zeiden dit overal heen loopend, en terstond kwam naar de buitenwijken het gerucht, dat Athena Pisistratus terugbracht, en de menschen in de stad geloofden, dat de vrouw de godin was en vereerden haar, en erkenden Pisistratus.
61. Pisistratus op de gezegde wijze weder in bezit gekomen van de alleenheerschappij, huwde, volgens den afspraak met Megacles gemaakt, Megacles' dochter. Daar hij nu reeds volwassen zonen had en de Alcmaeoniden door een vloek beladen heetten te zijn, wilde hij geen kinderen uit zijn nieuwgehuwde vrouw hebben en vereenigde zich met haar niet volgens de zede. Aanvankelijk verborg de vrouw dit wel, daarna echter, hetzij op vragen het zij niet, zeide zij het aan haar moeder, en die aan haar man. Deze nam het hoog op door Pisistratus gesmaad te worden. En in zijn toorn legde hij terstond de twist met zijn tegenstanders bij. Doch Pisistratus bemerkte wat tegen hem gedaan werd, en week met al de zijnen uit het land, en naar Eretria gekomen, overlegde hij met zijn zoons. Toen de meening nu van Hippias, om de heerschappij terug te winnen, overwon, verzamelden zij daarom giften uit de steden, die van vroeger hun dank verschuldigd waren. En onder de velen, die groote sommen schonken, waren de Thebanen de eersten door hun gift in geld. Daarna, om het met niet veel woorden te zeggen, ging eenige tijd voorbij en werd alles door hen gereed gemaakt voor de terugkeer. En er kwamen ook argeïsche huurlingen uit den Peloponnesus, en uit Naxus kwam tot hen